Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer In het Nederlands komen een aantal aspecten voor die in het Indonesisch niet voor komen. Het is dus te verwachten dat moedertaalsprekers van het Indonesisch moeite hebben met deze aspecten als ze Nederlands leren. Dit hoeft dus niet te duiden op een taalontwikkelingsstoornis. Deze fouten worden veroorzaakt door negatieve transfer vanuit het Indonesisch naar het Nederlands.
Fonologie De /r/ wijkt in het Indonesisch af van het Nederlands, omdat de /r/ met de tongpunt en rollend moet worden gearticuleerd. Het zou dus kunnen dat Indonesisch-Nederlandse kinderen moeite hebben met de juiste uitspraak van de /r/ in het Nederlands.
Morfologie In het Indonesisch komen nauwelijks vervoegingen en verbuigingen voor. Er is geen morfologisch verschil tussen het enkelvoud en het meervoud. Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Indonesisch-Nederlandse kinderen moeite hebben met het vervoegen en verbuigen van woorden in het Nederlands. Ook komen er in het Indonesisch geen lidwoorden voor. Het is dus mogelijk dat Indonesisch-Nederlandse kinderen lidwoorden ook in het Nederlands achterwege laten. Daarnaast is het in het Indonesisch geen onderscheid tussen verleden en tegenwoordige tijd.Het is dus te verwachten dat Indonesisch-Nederlandse kinderen problemen hebben met het gebruik van de verleden tijd in het Nederlands.
Syntaxis
Een aspect in het Indonesisch dat afwijkt van het Nederlands is dat altijd eerst het bepaalde komt en daarna het bepalende: anak manis [kind lief/zoet], in het Nederlands: lief/zoet kind. Een bijwoord kan net zoals in het Nederlands aan het begin of eind van de zin geplaatst worden. Een ander verschil met het Nederlands is dat een vraagwoord aan het begin, in het midden of aan het eind van een zin kan staan, afhankelijk van de context. De werkwoorden worden niet vervoegd om aantal, tijd, aspect of persoon aan te duiden, deze grammaticale kenmerken worden door middel van bijwoorden, morfemen of zinsmelodie aangeduid. Het Indonesisch kent ook geen hulp- of koppelwerkwoorden
Pragmatiek
Wat betreft de pragmatiek is er één opvallend aspect in het Indonesisch. Een beleefdheidsaspect van het Indonesisch is dat als er een vraag gesteld wordt, je altijd behulpzaam dient te antwoorden. Dit kan tot situaties leiden die in Nederland vreemd overkomen. In het onderwijs dient hier terdege rekening mee worden gehouden met name bij Indonesische kinderen en hun ouders die pas in Nederland zijn komen wonen. Vragen van leerkrachten waarop zij het antwoord niet weten, kunnen hen in ernstige verlegenheid brengen en kunnen leiden tot willekeurige antwoorden. De leerkracht kan ten onrechte het foutieve antwoord interpreteren als een uiting van taalachterstand.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, zijn onderstaande vragenlijsten per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.
De eerste vragenlijst heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit de informatie over de moedertaal van het kind, zoals beschreven in de voorgaande pagina’s. Verschillen in talige kenmerken tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen leiden tot fouten in het Nederlands die gerelateerd zijn aan de moedertaal (en culturele achtergrond) van het kind; dit wordt negatieve transfer genoemd. Overeenkomsten tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen de verwerving van de Nederlandse taal in principe positief beïnvloeden; dit wordt positieve transfer genoemd. De tweede vragenlijst richt zich op de problematiek in het Indonesisch. Deze vragenlijst kan een beeld schetsen van eventuele TOS-kenmerken die het kind in de moedertaal laat zien.
Vragenlijst met betrekking tot het Nederlands
Fonologie:
Heeft het kind moeite met de uitspraak van de /r/ in het Nederlands?
Morfologie:
Heeft het kind moeite met vervoegingen en verbuigingen in het Nederlands?
Laat het kind de lidwoorden weg in het Nederlands?
Gebruikt het kind de verleden tijd in het Nederlands?
Syntaxis:
Heeft het kind moeite met het op de juiste plaats plaatsen van een bijvoeglijk naamwoord?
Zet het kind een vraagwoord wel eens op een andere plek dan aan het begin van de zin in het Nederlands?
Pragmatiek:
Heeft het kind moeite met het beantwoorden van vragen waarop hij/zij niet behulpzaam kan antwoorden?
Vragenlijst met betrekking tot het Indonesisch:
Syntaxis:
Heeft het kind moeite met het vormen van passieve zinnen?
Pragmatiek:
Heeft het kind problemen met het onderscheiden van formele en informele situaties?
Afbeelding 1. Foto van Indonesisch landschap gemaakt door Cissy Goddijn, 2012 Het Indonesisch (Bahasa Indonesia) is de nationale en officiële taal van Indonesië. Het wordt wereldwijd door 170 miljoen mensen gesproken, voornamelijk op de Indonesische eilanden, in Nederland, Oost-Timor, Filipijnen, en Singapore. Op de Indonesische eilanden worden meer dan 700 talen gesproken [1] grotendeels ontstaan door natuurlijke grenzen (bossen, bergen, zee). Voor de meeste sprekers van het Indonesisch is de taal dan ook niet de moedertaal, maar fungeert het als lingua franca (een contacttaal). Voor het merendeel van de Indonesische bevolking is het Indonesisch de tweede of zelfs derde taal. Slechts ongeveer 7 % van de bevolking (meestal de intellectuele elite) heeft het Indonesisch als moedertaal geleerd [2]. Als nationale eenheidstaal wordt het Standaard Indonesisch ook voor formele settingen, officiële communicatie en in de media gebruikt [3]. Gezien de grote verscheidenheid in moedertalen bestaat er zeer veel taalvariatie in het Indonesisch. Vanwege bovenstaand gegeven kan men bij het analyseren van de taal van een Indonesisch kind niet zomaar uitgaan van het Standaard Indonesisch, eerder dient de informatie op deze pagina gebruikt te worden als richtlijn.
Het Indonesisch behoort tot de Austronesische taalfamilie en komt voort uit het Klassiek Maleis. Bij het vormen van een onafhankelijk Indonesië werd het Bahasa Indonesia als nationale taal uitgeroepen, maar in werkelijkheid is het een voortzetting van het geschreven Klassiek Maleis en het Standaard-Maleis [3,4]. Na de onafhankelijkheid (17 augustus 1945) is er veel werk verzet om Bahasa Indonesia te standaardiseren, in eerste instantie als nationaal communicatiemiddel tussen overheid en burgers, onder andere door het schrijven van een grammatica en een standaard woordenboek. Het huidige Indonesisch kent veel leenwoorden, voornamelijk uit het Indo-Europese Sanskriet (Hindoe-Boeddhisme), het Perzisch en Arabisch (islam), het Portugees en Nederlands (koloniale periode), en van de regionale variëteiten [3,4]. Tegenwoordig heeft vooral het Engels invloed op de Indonesische taal. Het Indonesisch is een dynamische taal die nog steeds in ontwikkeling is [2].
Het schrift
Het Indonesisch heeft het Latijnse schrift (rumi). Het Arabische schrift (jawi) komt ook nog voor, maar is meer voorbehouden voor religieuze teksten [5]. Het alfabet heeft dezelfde letters als het Nederlandse alfabet, hoewel sommige letters alleen in algebra of leenwoorden voorkomen (x, q, v). Daarnaast zijn er vier fonemen die door een combinatie van twee letters geschreven worden, dit zijn /š/ = sy, /ñ/ = ny, /ŋ/ = ng en /x/ = kh. In 1972 is het spellingsysteem aangepast door Nederlandse conventies te vervangen met Maleisische conventies. Zo is bijvoorbeeld de ‘j’ vervangen door een ‘y’, ‘dj’ vervangen door ‘j’, en de ‘tj’ vervangen door ‘c’ [4]. Verder is de orthografie zeer transparant, er is bijna een één-op-één relatie tussen fonemen en grafemen en andersom [6].
Medeklinkers Tabel 1. Medeklinkers in Bahasa Indonesia. De grijze kolommen zijn stemloze klanken [7]
Vanwege het feit dat het Indonesisch voor velen niet de moedertaal is, bestaat er regionale variatie in de uitspraak van het Indonesisch. Als gevolg hiervan is er nog geen standaarduitspraak ontwikkeld. In tabel 1 staan de medeklinkers van het Indonesisch vermeld. Hieronder staan de uitspraken die afwijken van het Nederlands op een rijtje.
Tabel 2. De uitspraak van enkele Indonesische medeklinkers [4]
De /r/ is afwijkend van het Nederlands omdat het met de tongpunt en rollend moet worden gearticuleerd. Ook afwijkend is de glottisslag /ʔ/ . In het Nederlands hoor je deze klank bij woorden die beginnen met een klinker (en bij.v. tussen de twee e-klanken in mee-eten), dit is in het Indonesisch niet anders. Op het eind van een woord is de glottisslag in het Indonesisch echter betekenisonderscheidend (spelling: k), maar vervanging door de [k] komt regelmatig voor. Verder zijn er een aantal medeklinkers die alleen in leenwoorden voorkomen (f, š , x, z). Niet elke moedertaalspreker van het Indonesisch kan al deze klanken uitspreken. Zo zal een /f/ vaak eerder als [p] uitgesproken worden [4].
Klinkers Er zijn vijf pure klinkers in het Indonesisch (i, e, a, o, u) en de schwa /ə/. In tegenstelling tot het Nederlands is klinkerlengte niet distinctief, er is geen onderscheid zoals bijvoorbeeld bot en boot. Wel zijn de /o/ en /e/ bij een open eindlettergreep langer dan bij een gesloten lettergreep. De /a/ wordt standaard uitgesproken als een klank tussen de ‘a’ in tak en taak in. Het gegeven dat het Indonesisch geen distinctieve klinkerlengte kent en het Nederlands wel kan problemen geven bij het meertalige kind. Verder wordt de /u/ uitgesproken als de ‘oe’ in doen. Naast deze klinkers zijn er nog drie tweeklanken: ai, au en oi [4].
Lettergrepen en klemtoon Woorden zijn bijna altijd bi- of multisyllabisch. Lettergrepen hebben een simpele structuur met duidelijke grenzen. De meeste lettergrepen hebben een CV of CVC structuur. De klemtoon zit op de voorlaatste of laatste lettergreep van het woord [6]. Een verschil met het Nederlands is dat woordaccent niet betekenisonderscheidend is. Er komen dus geen paren voor als vóórkomen en voorkómen [4].
Morfologie
Het Indonesisch is geen toontaal zoals het Chinees maar een agglutinerende taal; door middel van pre- en suffixen wordt de semantische waarde van een woord nader gespecificeerd [2].De Indonesische taal lijkt qua morfologie gemakkelijk. De grootste verschillen met het Nederlands zijn [3,5]:
nauwelijks vervoegingen en verbuigingen
geen morfologisch verschil in enkelvoud en meervoud\
geen lidwoorden, alleen ini (deze, dit) - itu (die, daar)
geen verschil in mannelijk / vrouwelijk (hij/zij en zijn/haar)
geen verschil in verleden tijd / tegenwoordige tijd
geen verschil in aantonende en aanvoegende wijs (de president leeft / leve de president).
Bovenstaande zaken worden lexicaal duidelijk gemaakt met behulp van vrije morfemen, bijwoorden of met een bepaalde zinsmelodie. Bijvoorbeeld het bijwoord akan geeft de toekomende tijd aan en sudah of telah de verleden tijd [8]. Het meervoud wordt gevormd door middel van reduplicatie, dat wil zeggen verdubbeling van het woord (anak-anak = kinderen).
De woordopbouw van de stamwoorden in het Indonesisch is eenvoudig. De woorden zijn meestal opgebouwd uit 2-lettergrepen met afwisselend consonant - vocaal met aan het begin en eind van het woord een consonant: c-v-c-v-c. Bijvoorbeeld makan (eten). Echter, door een complex bestand van pre- en suffixen die aan de stam worden vastgeplakt, kunnen er lange woorden ontstaan met een geheel andere betekenis. Bijvoorbeeld: hasil (resultaat) > ketidakberhasilannya (zijn/haar falen) [2]. Dit komt doordat een morfeem een verschillende semantische waarde kan hebben afhankelijk van de situatie. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: ontbloten (juist meer bloot maken), ontbranden (beginnen met branden), onthaasten (minder haast maken). Een woord met twee consonanten achter elkaar, komt oorspronkelijk in het Indonesisch niet voor. Mag ik twee pils? kan door een Indonesiër uitgesproken worden als Mag ik tee pil? en Bilthoven wordt Biloven.
Het Indonesisch heeft weinig grammaticale overtolligheid. Bijvoorbeeld: Hij hoort iets. De stam van horen plus -t, geeft aan dat het onderwerp 3e persoon enkelvoud is en dat het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat. De -t van 3e persoon enkelvoud is redundant want hij geeft dit al aan. In het Indonesisch is de zin Hij hoort iets: ia mendengar. Waarbij ia hij of zij kan betekenen en de infinitief horen (mendengar) wordt gebruikt. De hoorder moet aan de hand van de situatie en de zinsmelodie de juiste grammaticale interpretaties maken. Er zijn derhalve ook weinig onregelmatigheden in het Indonesisch. In het Nederlands is zanger (in plaats van zinger) als zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord zingen. In het Indonesisch is zanger penyanyi en zingenmenyanyi of nyanyi of bernyanyi. Bij afgeleide woorden is het basiswoord meestal nog goed herkenbaar. [3]
Een bijzondere categorie van een persoonlijk voornaamwoord dat in het Nederlands niet voorkomt, is: wij = kita (als de toegesprokene erbij hoort, bijvoorbeeld: kom, dan gaan we naar het park). wij = kam (als de toegesprokene er niet bij hoort, bijvoorbeeld: blijf jij hier, dan gaan wij naar het park).[3]
Syntaxis
De woordvolgorde is SVO (subject - verb - object), vergelijkbaar met het Nederlands: Ik pak het boek in de kamer - Aku (ik) mengabi (pak) buku (het boek) di ruang (in de kamer). Een bijzonderheid is dat in het Indonesisch altijd eerst het bepaalde komt en daarna het bepalende: anak manis [kind lief/zoet], in het Nederlands: lief/zoet kind. Een bijwoord kan net zoals in het Nederlands aan het begin of eind van de zin geplaatst worden. Het verschil met het Nederlands is dat een vraagwoord aan het begin, in het midden of aan het eind van een zin kan staan, afhankelijk van de context [9]. De werkwoorden worden niet vervoegd om aantal, tijd, Aspect of persoon aan te duiden, deze grammaticale kenmerken worden door middel van bijwoorden, morfemen of zinsmelodie aangeduid. Het Indonesisch kent ook geen hulp- of koppelwerkwoorden [5].
Pragmatiek
De context en met name de beleefdheidsnormen zijn cruciaal voor het juiste taalgebruik. Zoals al eerder gesteld werd, is het Standaard Indonesisch voor de meeste Indonesiërs hun 2e of zelfs 3e taal. Het eigen dialect is voor de meesten de moedertaal, die gebruikt wordt in dagelijkse situaties. Het Indonesisch wordt toegepast in meer formele situaties of als contacttaal met andere bevolkingsgroepen. Binnen het Indonesisch is er een onderscheid tussen formeel en dagelijks taalgebruik met name in het lexicon. In het dagelijks taalgebruik is er zelfs nog een verschil in lexicon afhankelijk van of er met gelijken wordt gepraat, met minderen / kinderen of met iemand die hoger geplaatst is / ouderen / onbekenden. Voor laatstgenoemden is er veel respect. Het noemen van de voornaam van bijvoorbeeld een leerkracht of een oudere wordt als zeer onbeleefd ervaren. De toepassing (en interpretatie) van de verschillende situatie-gebonden lexicons luistert vrij nauw volgens strikte, onuitgesproken beleefdheidsnormen. Voor een buitenstaander is het vrij ingewikkeld om het register van deze lexicons te beheersen, temeer daar een Indonesiër een buitenstaander vrijwel nooit zal corrigeren maar meestal beleefd zal blijven glimlachen [8].
Een ander beleefdheidsaspect is dat de aangesprokene altijd behulpzaam dient te antwoorden. Dit kan tot situaties leiden die in Nederland vreemd overkomen. In het onderwijs dient hier terdege rekening mee worden gehouden met name bij Indonesische kinderen en hun ouders die pas in Nederland zijn komen wonen. Vragen van leerkrachten waarop zij het antwoord niet weten, kunnen hen in ernstige verlegenheid brengen en kunnen leiden tot willekeurige antwoorden. De leerkracht kan ten onrechte het foutieve antwoord interpreteren als een uiting van taalachterstand.
3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen in het Indonesisch
Fonologie De verwerving van de fonologie van het Indonesisch is redelijk universeel en verschilt daarom niet veel van het Nederlands, zie het schema. Wel is de ‘trill’ of rollende /r/ vaak de lastigste medeklinker om te verwerven voor Indonesische kinderen.
Morfologie De verwerving van complete woorden kan relatief laat voorkomen. Dit komt omdat het Indonesisch niet veel monosyllabische woorden kent, en er daarom een groter beroep wordt gedaan op het werkgeheugen van het jonge kind om tot een woord te komen. Bijvoorbeeld melk = su-su en boek = buku. Over het algemeen starten kinderen met één lettergreep, waarbij de laatste lettergreep als eerste wordt gebruikt. De verwervingsvolgorde van (gebonden) morfemen staat niet vast. Een hoog frequent morfeem biedt geen garantie dat dit morfeem het eerst wordt verworven. Eerder lijkt het erop dat een kind als eerste de morfemen verwerft waarmee hij aan zijn omgeving zijn directe behoeftes duidelijk kan maken in combinatie met zijn groeiende cognitieve vermogens [10]. Omdat het Indonesisch een agglutinerende taal is en er affixen aan het stamwoord moeten worden gevoegd, is het bij de verwerving hiervan mogelijk dat het kind een proto-bound morpheme (PBM) gebruikt. Dit is een niet-bestaand morfeem dat het kind gebruikt ter vervanging van echte morfemen die het nog niet kent. Een voorbeeld van een PBM is gedeeltelijke reduplicatie: susu wordt [χʋχʋχʋ] , en bobo wordt [βoβoβo]. Zodra er meer juiste morfemen verworven zijn, verdwijnt zo’n PBM vanzelf. [10]. Het belang van de morfemen blijkt ook uit een onderzoek naar foneembewustzijn bij Indonesische beginnende lezers op de basisschool [6]. Het bleek dat foneembewustzijn een bepalende factor is voor een goede lees- en spellingvaardigheid. Maar bij het lezen van multisyllabische woorden, bleek kennis van morfemen juist een belangrijke rol te spelen in het Indonesisch.
Syntaxis Indonesische kinderen verwerven de passief al vroeg, zelfs al op tweejarige leeftijd. Het passief maken van een zin is een relatief eenvoudig proces in het Indonesisch en de passief wordt in het dagelijks leven ook vaak gebruikt. De actieve stem wordt gemarkeerd door me- en de passieve stem wordt gemarkeerd door di-. Hieronder volgt een voorbeeld van dit onderscheid.
Pragmatiek Het blijkt dat Indonesische kinderen al vrij vroeg gevoelig zijn voor het gebruik van het Standaard Indonesisch voor formele situaties (bijvoorbeeld op school) en het gebruik van de regionale variëteit voor informele situaties. Deze stylistische variatie komt duidelijk naar voren wanneer de twee talen veel van elkaar verschillen, maar bij veel regionale variëteiten komt het vooral aan op verschillen in morfologische variabelen. Bij Indonesische kinderen in Nederland gaat de beschreven situatie niet helemaal op, daar zij van huis uit waarschijnlijk alleen een regionale taal meekrijgen en buitenshuis een heel andere taal (het Nederlands) leren [A].
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch
Er zijn geen (Engelstalige) onderzoeken van specifieke taalontwikkelingssstoornissen in het Indonesisch gevonden. Bij navraag aan Indonesische taalwetenschappers [B] blijkt dat er ook nog weinig onderzoek naar is gedaan. Pas recent wordt men zich bewust van het onderwerp taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch. Tot nu toe is de aandacht vooral gericht op afasie, dyslexie, taal bij gehoorstoornissen en tweetalige verwerving. Wel zijn er in Indonesië scholen voor speciaal onderwijs waaraan ook taaltherapeuten verbonden zijn.
Uit een onderzoek naar spontane spraak bij 21 Indonesische volwassenen met afasie van Broca [11], blijken de volgende spraakkenmerken: langzame spraakproductie, eenvoudige zinnen, korte MLU (mean length of utterance). Deze afatische kenmerken zijn ook algemeen gangbaar bij Europese talen. Typerend voor het Indonesisch echter is dat de productie van werkwoorden goed is (werkwoorden worden immers niet vervoegd), de productie van zinnen met een niet-standaard volgorde (bijvoorbeeld passieve zinnen) is ook goed en er is een overmatig gebruik van inflectionele affixen (stam en betekenis wijzigt niet: boek - boeken) in verhouding tot derivationele affixen (stam en/of betekenis wijzigt wel: gelukkig - ongelukkig). De resultaten uit dit onderzoek geven wellicht een bepaalde richting aan voor het vakgebied taalontwikkelingsstoornissen maar kunnen niet klakkeloos geïnterpreteerd worden als kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen.
Voor een leerkracht en logopedist in contact met een Indonesisch kind zijn vooral de volgende punten van belang:
het kind is meestal opgegroeid met een regionale taal als moedertaal en beheerst het Standaard Indonesisch als tweede taal of zelfs derde taal.
doordat het Indonesisch een agglutinerende taal is met nauwelijks verbuigingen en vervoegingen is het te verwachten dat het kind moeite heeft met de vervoegingen van het werkwoord in overeenstemming met het onderwerp (agreement), aspect en tijd, de verbuigingen van de naamwoorden en het verschil in mannelijk - vrouwelijk.
ook kan het kind moeite hebben met de lidwoorden en hulp- en koppelwerkwoorden omdat deze categorieën in het Indonesisch niet voorkomen.
het bijvoeglijk naamwoord zal een Indonesisch kind na het zelfstandig woord plaatsen (anak manis) terwijl dit in het Nederlands andersom is (lief kind).
de beleefdheidsnormen bij communicatie spelen een belangrijke rol, dit kan zich uiten in dat het kind de leerkracht of logopedist uit respect niet aankijkt of dat het kind willekeurige antwoorden geeft om de leerkracht of logopedist niet teleur te stellen als hij iets niet weet.
Het voornaamste is dat de leerkracht en logopedist zich ervan bewust moeten zijn dat het kind meestal is opgegroeid met een regionale taal en het Standaard Indonesisch slechts als tweede of zelfs derde taal beheerst. Taalkundige informatie over de diverse (ruim 700) regionale talen in Indonesië is niet of nauwelijks aanwezig. Ook is er weinig informatie beschikbaar over eerstetaalverwerving en taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch. Het taalonderzoek in deze gebieden staat nog in zijn kinderschoenen, hoewel een aantal Austronesische talen juist weer wel uitgebreid gedocumenteerd is (zie de talenpagina van een van de projecten van prof. Lourens de Vries van de VU).
Sakti S., P. Hutagaol, A. Akhmad Arman & S. Nakamura (2004), Indonesian Speech Recognition for Hearing and Speaking Impaired People. Paper conference Proc. ICSLP, Jeju, Korea.
Vries, J.W. de (1980). Het Indonesisch als nationale taal. Forum der Letteren. Dick Coutinho, Muiderberg.
Steinhauer, H. (2009). Leerboek Indonesisch. Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. KITLV Uitgeverij, Leiden.
Campbell, G.L. & G. King (2011). The Concise Compendium of the Wolrd's Languages. Routlegde, London.
Winskel, H. & V. Widjaja (2007). Phonological awareness, letter knowledge and literacy development in Indonesian beginner readers and spellers. Applied Psycholinguistics, vol. 28, no. 1, 21-43.
Ross MacDonald, R. (1976). Indonesian reference grammar. Georgetown University Press, Washington
www.salindo.com, geraadpleegd januari 2014. Deze website bevat o.a. een online cursus Bahasa Indonesia voor beginners.
Sato Y. & D. Hesti Yuliani (2007), Wh-in-Situ in Bahasa Indonesia and Choice Function. Paper presented at the MALC october 2007 held at the University of Kansas, Lawerence.
Raja, P. (2005). Early Morphological Development of Indonesian Children. Bahasan Dan Seni, Tahun 33, Nomor 1, februari 2005.
Anjarningsih, H.Y., Haryadi-Soebadi R.D,, Gofir A. & R. Bastiaanse (2012), Characterising agrammatism in Standard Indonesian. Aphasiology, 26:6, 757-784.
[A] Er is nauwelijks informatie beschikbaar over eerstetaalverwerving van het Indonesisch. De informatie bij dit onderdeel hebben we voornamelijk te danken aan mw. K. Kushartanti. wetenschappelijk medewerker Universiteit Utrecht, faculteit Geesteswetenschappen. Mevrouw Kushartanti promoveert op 28 februari 2014 op de verwerving van het Bahasa Indonesia (de standaardtaal) en de Jakarta-Indonesische omgangstaal: The Acquisition of Stylistic Variation by Jakarta Indonesian Children. [B] Onder andere bij mevrouw Kushartani, zie [A], en bij mevrouw Hikmatun Sadiah. Zij is speech therapist bij de Indonesian Speech Therapist Association in Jakarta. [C] Arsath Ro'is, J. Muth (1987), Kamus Praktis, Praktische Woordenboek Nederlands - Indonesisch, Indonesisch - Nederlands. Wolters, Utrecht-Antwerpen.
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Table of Contents
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
In het Nederlands komen een aantal aspecten voor die in het Indonesisch niet voor komen. Het is dus te verwachten dat moedertaalsprekers van het Indonesisch moeite hebben met deze aspecten als ze Nederlands leren. Dit hoeft dus niet te duiden op een taalontwikkelingsstoornis. Deze fouten worden veroorzaakt door negatieve transfer vanuit het Indonesisch naar het Nederlands.
Fonologie
De /r/ wijkt in het Indonesisch af van het Nederlands, omdat de /r/ met de tongpunt en rollend moet worden gearticuleerd. Het zou dus kunnen dat Indonesisch-Nederlandse kinderen moeite hebben met de juiste uitspraak van de /r/ in het Nederlands.
Morfologie
In het Indonesisch komen nauwelijks vervoegingen en verbuigingen voor. Er is geen morfologisch verschil tussen het enkelvoud en het meervoud. Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Indonesisch-Nederlandse kinderen moeite hebben met het vervoegen en verbuigen van woorden in het Nederlands. Ook komen er in het Indonesisch geen lidwoorden voor. Het is dus mogelijk dat Indonesisch-Nederlandse kinderen lidwoorden ook in het Nederlands achterwege laten. Daarnaast is het in het Indonesisch geen onderscheid tussen verleden en tegenwoordige tijd.Het is dus te verwachten dat Indonesisch-Nederlandse kinderen problemen hebben met het gebruik van de verleden tijd in het Nederlands.
Syntaxis
Een aspect in het Indonesisch dat afwijkt van het Nederlands is dat altijd eerst het bepaalde komt en daarna het bepalende: anak manis [kind lief/zoet], in het Nederlands: lief/zoet kind. Een bijwoord kan net zoals in het Nederlands aan het begin of eind van de zin geplaatst worden. Een ander verschil met het Nederlands is dat een vraagwoord aan het begin, in het midden of aan het eind van een zin kan staan, afhankelijk van de context. De werkwoorden worden niet vervoegd om aantal, tijd, aspect of persoon aan te duiden, deze grammaticale kenmerken worden door middel van bijwoorden, morfemen of zinsmelodie aangeduid. Het Indonesisch kent ook geen hulp- of koppelwerkwoorden
Pragmatiek
Wat betreft de pragmatiek is er één opvallend aspect in het Indonesisch. Een beleefdheidsaspect van het Indonesisch is dat als er een vraag gesteld wordt, je altijd behulpzaam dient te antwoorden. Dit kan tot situaties leiden die in Nederland vreemd overkomen. In het onderwijs dient hier terdege rekening mee worden gehouden met name bij Indonesische kinderen en hun ouders die pas in Nederland zijn komen wonen. Vragen van leerkrachten waarop zij het antwoord niet weten, kunnen hen in ernstige verlegenheid brengen en kunnen leiden tot willekeurige antwoorden. De leerkracht kan ten onrechte het foutieve antwoord interpreteren als een uiting van taalachterstand.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, zijn onderstaande vragenlijsten per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijsten is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.
De eerste vragenlijst heeft betrekking op NT2-problematiek; deze vragenlijst vloeit voort uit de informatie over de moedertaal van het kind, zoals beschreven in de voorgaande pagina’s. Verschillen in talige kenmerken tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen leiden tot fouten in het Nederlands die gerelateerd zijn aan de moedertaal (en culturele achtergrond) van het kind; dit wordt negatieve transfer genoemd. Overeenkomsten tussen de moedertaal en het Nederlands kunnen de verwerving van de Nederlandse taal in principe positief beïnvloeden; dit wordt positieve transfer genoemd. De tweede vragenlijst richt zich op de problematiek in het Indonesisch. Deze vragenlijst kan een beeld schetsen van eventuele TOS-kenmerken die het kind in de moedertaal laat zien.
Vragenlijst met betrekking tot het Nederlands
Fonologie:
Morfologie:
Syntaxis:
Pragmatiek:
Vragenlijst met betrekking tot het Indonesisch:
Syntaxis:
- Heeft het kind moeite met het vormen van passieve zinnen?
Pragmatiek:Naar boven
1. Algemene informatie over het Indonesisch
Afbeelding 1. Foto van Indonesisch landschap gemaakt door Cissy Goddijn, 2012
Het Indonesisch behoort tot de Austronesische taalfamilie en komt voort uit het Klassiek Maleis. Bij het vormen van een onafhankelijk Indonesië werd het Bahasa Indonesia als nationale taal uitgeroepen, maar in werkelijkheid is het een voortzetting van het geschreven Klassiek Maleis en het Standaard-Maleis [3,4]. Na de onafhankelijkheid (17 augustus 1945) is er veel werk verzet om Bahasa Indonesia te standaardiseren, in eerste instantie als nationaal communicatiemiddel tussen overheid en burgers, onder andere door het schrijven van een grammatica en een standaard woordenboek. Het huidige Indonesisch kent veel leenwoorden, voornamelijk uit het Indo-Europese Sanskriet (Hindoe-Boeddhisme), het Perzisch en Arabisch (islam), het Portugees en Nederlands (koloniale periode), en van de regionale variëteiten [3,4]. Tegenwoordig heeft vooral het Engels invloed op de Indonesische taal. Het Indonesisch is een dynamische taal die nog steeds in ontwikkeling is [2].
Het schrift
Het Indonesisch heeft het Latijnse schrift (rumi). Het Arabische schrift (jawi) komt ook nog voor, maar is meer voorbehouden voor religieuze teksten [5]. Het alfabet heeft dezelfde letters als het Nederlandse alfabet, hoewel sommige letters alleen in algebra of leenwoorden voorkomen (x, q, v). Daarnaast zijn er vier fonemen die door een combinatie van twee letters geschreven worden, dit zijn /š/ = sy, /ñ/ = ny, /ŋ/ = ng en /x/ = kh. In 1972 is het spellingsysteem aangepast door Nederlandse conventies te vervangen met Maleisische conventies. Zo is bijvoorbeeld de ‘j’ vervangen door een ‘y’, ‘dj’ vervangen door ‘j’, en de ‘tj’ vervangen door ‘c’ [4]. Verder is de orthografie zeer transparant, er is bijna een één-op-één relatie tussen fonemen en grafemen en andersom [6].
Naar boven
2. Specifieke informatie over het Indonesisch
Fonologie
Medeklinkers
Tabel 1. Medeklinkers in Bahasa Indonesia. De grijze kolommen zijn stemloze klanken [7]
Vanwege het feit dat het Indonesisch voor velen niet de moedertaal is, bestaat er regionale variatie in de uitspraak van het Indonesisch. Als gevolg hiervan is er nog geen standaarduitspraak ontwikkeld. In tabel 1 staan de medeklinkers van het Indonesisch vermeld. Hieronder staan de uitspraken die afwijken van het Nederlands op een rijtje.
Tabel 2. De uitspraak van enkele Indonesische medeklinkers [4]
De /r/ is afwijkend van het Nederlands omdat het met de tongpunt en rollend moet worden gearticuleerd. Ook afwijkend is de glottisslag /ʔ/ . In het Nederlands hoor je deze klank bij woorden die beginnen met een klinker (en bij.v. tussen de twee e-klanken in mee-eten), dit is in het Indonesisch niet anders. Op het eind van een woord is de glottisslag in het Indonesisch echter betekenisonderscheidend (spelling: k), maar vervanging door de [k] komt regelmatig voor. Verder zijn er een aantal medeklinkers die alleen in leenwoorden voorkomen (f, š , x, z). Niet elke moedertaalspreker van het Indonesisch kan al deze klanken uitspreken. Zo zal een /f/ vaak eerder als [p] uitgesproken worden [4].
Klinkers
Er zijn vijf pure klinkers in het Indonesisch (i, e, a, o, u) en de schwa /ə/. In tegenstelling tot het Nederlands is klinkerlengte niet distinctief, er is geen onderscheid zoals bijvoorbeeld bot en boot. Wel zijn de /o/ en /e/ bij een open eindlettergreep langer dan bij een gesloten lettergreep. De /a/ wordt standaard uitgesproken als een klank tussen de ‘a’ in tak en taak in. Het gegeven dat het Indonesisch geen distinctieve klinkerlengte kent en het Nederlands wel kan problemen geven bij het meertalige kind. Verder wordt de /u/ uitgesproken als de ‘oe’ in doen. Naast deze klinkers zijn er nog drie tweeklanken: ai, au en oi [4].
Lettergrepen en klemtoon
Woorden zijn bijna altijd bi- of multisyllabisch. Lettergrepen hebben een simpele structuur met duidelijke grenzen. De meeste lettergrepen hebben een CV of CVC structuur. De klemtoon zit op de voorlaatste of laatste lettergreep van het woord [6]. Een verschil met het Nederlands is dat woordaccent niet betekenisonderscheidend is. Er komen dus geen paren voor als vóórkomen en voorkómen [4].
Morfologie
Het Indonesisch is geen toontaal zoals het Chinees maar een agglutinerende taal; door middel van pre- en suffixen wordt de semantische waarde van een woord nader gespecificeerd [2].De Indonesische taal lijkt qua morfologie gemakkelijk. De grootste verschillen met het Nederlands zijn [3,5]:
- nauwelijks vervoegingen en verbuigingen
- geen morfologisch verschil in enkelvoud en meervoud\
- geen lidwoorden, alleen ini (deze, dit) - itu (die, daar)
- geen verschil in mannelijk / vrouwelijk (hij/zij en zijn/haar)
- geen verschil in verleden tijd / tegenwoordige tijd
- geen verschil in aantonende en aanvoegende wijs (de president leeft / leve de president).
Bovenstaande zaken worden lexicaal duidelijk gemaakt met behulp van vrije morfemen, bijwoorden of met een bepaalde zinsmelodie. Bijvoorbeeld het bijwoord akan geeft de toekomende tijd aan en sudah of telah de verleden tijd [8]. Het meervoud wordt gevormd door middel van reduplicatie, dat wil zeggen verdubbeling van het woord (anak-anak = kinderen).De woordopbouw van de stamwoorden in het Indonesisch is eenvoudig. De woorden zijn meestal opgebouwd uit 2-lettergrepen met afwisselend consonant - vocaal met aan het begin en eind van het woord een consonant: c-v-c-v-c. Bijvoorbeeld makan (eten). Echter, door een complex bestand van pre- en suffixen die aan de stam worden vastgeplakt, kunnen er lange woorden ontstaan met een geheel andere betekenis. Bijvoorbeeld: hasil (resultaat) > ketidakberhasilannya (zijn/haar falen) [2]. Dit komt doordat een morfeem een verschillende semantische waarde kan hebben afhankelijk van de situatie. Dit is vergelijkbaar met het Nederlands: ontbloten (juist meer bloot maken), ontbranden (beginnen met branden), onthaasten (minder haast maken). Een woord met twee consonanten achter elkaar, komt oorspronkelijk in het Indonesisch niet voor. Mag ik twee pils? kan door een Indonesiër uitgesproken worden als Mag ik tee pil? en Bilthoven wordt Biloven.
Het Indonesisch heeft weinig grammaticale overtolligheid. Bijvoorbeeld: Hij hoort iets. De stam van horen plus -t, geeft aan dat het onderwerp 3e persoon enkelvoud is en dat het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat. De -t van 3e persoon enkelvoud is redundant want hij geeft dit al aan. In het Indonesisch is de zin Hij hoort iets: ia mendengar. Waarbij ia hij of zij kan betekenen en de infinitief horen (mendengar) wordt gebruikt. De hoorder moet aan de hand van de situatie en de zinsmelodie de juiste grammaticale interpretaties maken. Er zijn derhalve ook weinig onregelmatigheden in het Indonesisch. In het Nederlands is zanger (in plaats van zinger) als zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord zingen. In het Indonesisch is zanger penyanyi en zingen menyanyi of nyanyi of bernyanyi. Bij afgeleide woorden is het basiswoord meestal nog goed herkenbaar. [3]
Een bijzondere categorie van een persoonlijk voornaamwoord dat in het Nederlands niet voorkomt, is:
wij = kita (als de toegesprokene erbij hoort, bijvoorbeeld: kom, dan gaan we naar het park).
wij = kam (als de toegesprokene er niet bij hoort, bijvoorbeeld: blijf jij hier, dan gaan wij naar het park).[3]
Syntaxis
De woordvolgorde is SVO (subject - verb - object), vergelijkbaar met het Nederlands: Ik pak het boek in de kamer - Aku (ik) mengabi (pak) buku (het boek) di ruang (in de kamer). Een bijzonderheid is dat in het Indonesisch altijd eerst het bepaalde komt en daarna het bepalende: anak manis [kind lief/zoet], in het Nederlands: lief/zoet kind. Een bijwoord kan net zoals in het Nederlands aan het begin of eind van de zin geplaatst worden. Het verschil met het Nederlands is dat een vraagwoord aan het begin, in het midden of aan het eind van een zin kan staan, afhankelijk van de context [9]. De werkwoorden worden niet vervoegd om aantal, tijd, Aspect of persoon aan te duiden, deze grammaticale kenmerken worden door middel van bijwoorden, morfemen of zinsmelodie aangeduid. Het Indonesisch kent ook geen hulp- of koppelwerkwoorden [5].
Pragmatiek
De context en met name de beleefdheidsnormen zijn cruciaal voor het juiste taalgebruik. Zoals al eerder gesteld werd, is het Standaard Indonesisch voor de meeste Indonesiërs hun 2e of zelfs 3e taal. Het eigen dialect is voor de meesten de moedertaal, die gebruikt wordt in dagelijkse situaties. Het Indonesisch wordt toegepast in meer formele situaties of als contacttaal met andere bevolkingsgroepen. Binnen het Indonesisch is er een onderscheid tussen formeel en dagelijks taalgebruik met name in het lexicon. In het dagelijks taalgebruik is er zelfs nog een verschil in lexicon afhankelijk van of er met gelijken wordt gepraat, met minderen / kinderen of met iemand die hoger geplaatst is / ouderen / onbekenden. Voor laatstgenoemden is er veel respect. Het noemen van de voornaam van bijvoorbeeld een leerkracht of een oudere wordt als zeer onbeleefd ervaren. De toepassing (en interpretatie) van de verschillende situatie-gebonden lexicons luistert vrij nauw volgens strikte, onuitgesproken beleefdheidsnormen. Voor een buitenstaander is het vrij ingewikkeld om het register van deze lexicons te beheersen, temeer daar een Indonesiër een buitenstaander vrijwel nooit zal corrigeren maar meestal beleefd zal blijven glimlachen [8].
Een ander beleefdheidsaspect is dat de aangesprokene altijd behulpzaam dient te antwoorden. Dit kan tot situaties leiden die in Nederland vreemd overkomen. In het onderwijs dient hier terdege rekening mee worden gehouden met name bij Indonesische kinderen en hun ouders die pas in Nederland zijn komen wonen. Vragen van leerkrachten waarop zij het antwoord niet weten, kunnen hen in ernstige verlegenheid brengen en kunnen leiden tot willekeurige antwoorden. De leerkracht kan ten onrechte het foutieve antwoord interpreteren als een uiting van taalachterstand.
Naar boven
3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen in het Indonesisch
Fonologie
De verwerving van de fonologie van het Indonesisch is redelijk universeel en verschilt daarom niet veel van het Nederlands, zie het schema. Wel is de ‘trill’ of rollende /r/ vaak de lastigste medeklinker om te verwerven voor Indonesische kinderen.
Morfologie
De verwerving van complete woorden kan relatief laat voorkomen. Dit komt omdat het Indonesisch niet veel monosyllabische woorden kent, en er daarom een groter beroep wordt gedaan op het werkgeheugen van het jonge kind om tot een woord te komen. Bijvoorbeeld melk = su-su en boek = buku. Over het algemeen starten kinderen met één lettergreep, waarbij de laatste lettergreep als eerste wordt gebruikt. De verwervingsvolgorde van (gebonden) morfemen staat niet vast. Een hoog frequent morfeem biedt geen garantie dat dit morfeem het eerst wordt verworven. Eerder lijkt het erop dat een kind als eerste de morfemen verwerft waarmee hij aan zijn omgeving zijn directe behoeftes duidelijk kan maken in combinatie met zijn groeiende cognitieve vermogens [10]. Omdat het Indonesisch een agglutinerende taal is en er affixen aan het stamwoord moeten worden gevoegd, is het bij de verwerving hiervan mogelijk dat het kind een proto-bound morpheme (PBM) gebruikt. Dit is een niet-bestaand morfeem dat het kind gebruikt ter vervanging van echte morfemen die het nog niet kent. Een voorbeeld van een PBM is gedeeltelijke reduplicatie: susu wordt [χʋχʋχʋ] , en bobo wordt [βoβoβo]. Zodra er meer juiste morfemen verworven zijn, verdwijnt zo’n PBM vanzelf. [10]. Het belang van de morfemen blijkt ook uit een onderzoek naar foneembewustzijn bij Indonesische beginnende lezers op de basisschool [6]. Het bleek dat foneembewustzijn een bepalende factor is voor een goede lees- en spellingvaardigheid. Maar bij het lezen van multisyllabische woorden, bleek kennis van morfemen juist een belangrijke rol te spelen in het Indonesisch.
Syntaxis
Indonesische kinderen verwerven de passief al vroeg, zelfs al op tweejarige leeftijd. Het passief maken van een zin is een relatief eenvoudig proces in het Indonesisch en de passief wordt in het dagelijks leven ook vaak gebruikt. De actieve stem wordt gemarkeerd door me- en de passieve stem wordt gemarkeerd door di-. Hieronder volgt een voorbeeld van dit onderscheid.
Pragmatiek
Het blijkt dat Indonesische kinderen al vrij vroeg gevoelig zijn voor het gebruik van het Standaard Indonesisch voor formele situaties (bijvoorbeeld op school) en het gebruik van de regionale variëteit voor informele situaties. Deze stylistische variatie komt duidelijk naar voren wanneer de twee talen veel van elkaar verschillen, maar bij veel regionale variëteiten komt het vooral aan op verschillen in morfologische variabelen. Bij Indonesische kinderen in Nederland gaat de beschreven situatie niet helemaal op, daar zij van huis uit waarschijnlijk alleen een regionale taal meekrijgen en buitenshuis een heel andere taal (het Nederlands) leren [A].
Naar boven
4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch
Er zijn geen (Engelstalige) onderzoeken van specifieke taalontwikkelingssstoornissen in het Indonesisch gevonden. Bij navraag aan Indonesische taalwetenschappers [B] blijkt dat er ook nog weinig onderzoek naar is gedaan. Pas recent wordt men zich bewust van het onderwerp taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch. Tot nu toe is de aandacht vooral gericht op afasie, dyslexie, taal bij gehoorstoornissen en tweetalige verwerving. Wel zijn er in Indonesië scholen voor speciaal onderwijs waaraan ook taaltherapeuten verbonden zijn.
Uit een onderzoek naar spontane spraak bij 21 Indonesische volwassenen met afasie van Broca [11], blijken de volgende spraakkenmerken: langzame spraakproductie, eenvoudige zinnen, korte MLU (mean length of utterance). Deze afatische kenmerken zijn ook algemeen gangbaar bij Europese talen. Typerend voor het Indonesisch echter is dat de productie van werkwoorden goed is (werkwoorden worden immers niet vervoegd), de productie van zinnen met een niet-standaard volgorde (bijvoorbeeld passieve zinnen) is ook goed en er is een overmatig gebruik van inflectionele affixen (stam en betekenis wijzigt niet: boek - boeken) in verhouding tot derivationele affixen (stam en/of betekenis wijzigt wel: gelukkig - ongelukkig). De resultaten uit dit onderzoek geven wellicht een bepaalde richting aan voor het vakgebied taalontwikkelingsstoornissen maar kunnen niet klakkeloos geïnterpreteerd worden als kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen.
Naar boven
5. Slotopmerkingen
Voor een leerkracht en logopedist in contact met een Indonesisch kind zijn vooral de volgende punten van belang:
Het voornaamste is dat de leerkracht en logopedist zich ervan bewust moeten zijn dat het kind meestal is opgegroeid met een regionale taal en het Standaard Indonesisch slechts als tweede of zelfs derde taal beheerst. Taalkundige informatie over de diverse (ruim 700) regionale talen in Indonesië is niet of nauwelijks aanwezig. Ook is er weinig informatie beschikbaar over eerstetaalverwerving en taalontwikkelingsstoornissen in het Indonesisch. Het taalonderzoek in deze gebieden staat nog in zijn kinderschoenen, hoewel een aantal Austronesische talen juist weer wel uitgebreid gedocumenteerd is (zie de talenpagina van een van de projecten van prof. Lourens de Vries van de VU).
Naar boven
Literatuurverwijzingen
[A] Er is nauwelijks informatie beschikbaar over eerstetaalverwerving van het Indonesisch. De informatie bij dit onderdeel hebben we voornamelijk te danken aan mw. K. Kushartanti. wetenschappelijk medewerker Universiteit Utrecht, faculteit Geesteswetenschappen. Mevrouw Kushartanti promoveert op 28 februari 2014 op de verwerving van het Bahasa Indonesia (de standaardtaal) en de Jakarta-Indonesische omgangstaal: The Acquisition of Stylistic Variation by Jakarta Indonesian Children.
[B] Onder andere bij mevrouw Kushartani, zie [A], en bij mevrouw Hikmatun Sadiah. Zij is speech therapist bij de Indonesian Speech Therapist Association in Jakarta.
[C] Arsath Ro'is, J. Muth (1987), Kamus Praktis, Praktische Woordenboek Nederlands - Indonesisch, Indonesisch - Nederlands. Wolters, Utrecht-Antwerpen.